Nu is het tijd om zelf te oefenen met de ideeën uit dit hoofdstuk. Kies een eenvoudige beweegactiviteit, bijvoorbeeld een tikspel, balspel of evenwichtsoefening. Pas de activiteit aan met behulp van de CLA:
- Verander iets aan de persoon (bijv. laat kinderen met één hand spelen).
- Verander iets aan de taak (bijv. verander de regels zodat de bal eerst moet stuiteren).
- Verander iets aan de omgeving (bijv. maak de ruimte kleiner of gebruik ander materiaal).
Observeer vervolgens wat er gebeurt. Welke vormen van competentie zie je? Hoe verandert de motivatie? En wat merk je aan het vertrouwen van de kinderen?
Maak een korte notitie van je bevindingen. Deze notities zijn waardevol om tijdens de fysieke bijeenkomst te delen en te bespreken. Zo leer je van elkaars ervaringen en zie je hoe dezelfde principes in verschillende contexten werken.