Kennis gaat verder dan alleen weten hóé je moet bewegen. Het gaat ook om begrijpen waarom bewegen belangrijk is en hoe je daar zelf keuzes in kunt maken. Voor een kleuter kan dat zo simpel zijn als beseffen dat je sterker wordt door veel te klimmen. Voor een ouder kind kan het gaan om snappen dat sporten je energie geeft, je helpt bij het leren of goed is voor je gezondheid.
Onderwijspsycholoog David Kolb (1984) beschreef vier verschillende leerstijlen die ook in bewegen terugkomen:
- Doeners leren vooral door actief mee te doen.
- Denkers willen begrijpen waarom iets werkt.
- Dromers observeren en nemen de tijd om te reflecteren.
- Beslissers willen weten waar iets toe leidt en hoe het praktisch toegepast kan worden.
Als beweegbegeleider kun je daar slim op inspelen. Een doener geef je vooral veel spel- en oefenkansen, een denker bied je uitleg en logica, een dromer laat je kijken en nabootsen, en een beslisser geef je een concreet doel.
Praktijkvoorbeeld: in een balspel kun je aan doeners gewoon vragen: “Ga maar proberen!” Tegen een denker zeg je: “Kijk, als je je handen zo houdt, lukt het makkelijker.” Een beslisser motiveer je door te zeggen: “Als je dit kunt, lukt het straks ook beter in voetbal.”
Kennis draagt bij aan bewuste keuzes. Een kind dat begrijpt dat bewegen goed voelt, dat het gezond is en dat het ook leuk kan zijn, heeft een sterkere basis om het gedrag vast te houden.
Reflectie: Hoe leg jij kinderen uit waarom bewegen belangrijk is? Ben je geneigd veel te laten ervaren, of geef je ook woorden en uitleg mee?