Competentie – “Ik kan bewegen!”

Stel je voor: twee kinderen doen mee aan een balspel. Het ene kind vangt de bal soepel, gooit hem terug en straalt van plezier. Het andere kind grijpt steeds mis, de bal rolt weg, en na een paar keer probeert het niet eens meer. Dit verschil draait om competentie – de vaardigheid om de beweging uit te voeren.

Competentie gaat over motorische basisvaardigheden zoals rennen, springen, gooien, vangen en balanceren. Deze vormen de bouwstenen voor alle latere sporten en speelse activiteiten. Kinderen die motorisch vaardiger zijn, hebben meer kans op succeservaringen. En succeservaringen zijn de sleutel tot plezier, zelfvertrouwen en herhaling.

Onderzoek wijst uit dat de motorische vaardigheid van kinderen in de afgelopen decennia is afgenomen. Minder buitenspelen, meer schermtijd en beperkte ruimte om te bewegen spelen daarbij een rol. Dat maakt jouw rol als begeleider extra belangrijk. Jij kunt ervoor zorgen dat kinderen succeservaringen opdoen, ook al zijn hun vaardigheden nog beperkt.

Dat kan al met kleine aanpassingen. Geef een kind dat moeite heeft met vangen een grotere, zachtere bal. De kans dat het lukt, neemt toe, en daarmee groeit ook het plezier. Zo ontstaat de overtuiging: “Ik kan dit!”

Reflectie: denk aan een beweegactiviteit die jij onlangs begeleidde. Welke kinderen bloeiden op doordat ze succes ervoeren? En welke kinderen haakten juist af omdat het te moeilijk was? Wat zou jij kunnen aanpassen om meer kinderen dat gevoel van ‘ik kan het’ te geven?