Een kind kan vaardig zijn én plezier hebben, maar toch aarzelen. Denk aan het meisje dat al weken rond het klimrek loopt maar de stap naar boven niet durft te zetten. Of de jongen die wel kan springen, maar bang is om te vallen. Hier komt vertrouwen om de hoek kijken: het geloof in jezelf dat je het kunt en dat het goed zal gaan.
Albert Bandura noemde dit self-efficacy: de overtuiging dat je in staat bent een taak succesvol uit te voeren. Kinderen met een hoge self-efficacy durven meer, proberen langer en leren sneller.
Vertrouwen groeit door ervaring en door feedback. Kleine stapjes zijn vaak de sleutel. Begin met een laag opstapje, en bouw langzaam op. Vier elk succes, hoe klein ook. Het gaat niet alleen om de vaardigheid, maar om het gevoel dat een kind zichzelf kan vertrouwen.
Negatieve ervaringen kunnen dit vertrouwen ondermijnen. Uitgelachen worden of herhaaldelijk falen kan ervoor zorgen dat kinderen activiteiten gaan vermijden. Daarom is het zo belangrijk dat jij als begeleider een veilige, positieve omgeving creëert. Een plek waar fouten maken mag en zelfs hoort bij leren.
Reflectie: welke rol speelt jouw feedback in het vergroten van vertrouwen? Hoe kun je kinderen die bang zijn voor falen laten ervaren dat fouten maken een stap vooruit kan zijn?